11 mislukte pogingen om mijn boek in de markt te zetten
Een boek in de markt zetten is een kunst. Op 19 mei is ‘In mijn hoofd zwemmen vissen’ te vinden in de boekhandel en online.
1) Luchtreclame
Komma’s en punten konden niet. En om de zin “LEES IN MIJN HOOFD ZWEMMEN VISSEN DE DEBUUTBUNDEL VAN TOM WOUTERS’ in de lucht te kunnen schrijven moest de piloot een afstand van tientallen kilometers overbruggen. De boodschap in de lucht zorgde daardoor voor verwarring, vooral bij een geloofsgemeenschap uit Oost-Vlaanderen, die er zeker van was dat de boodschap “Zwemmen vissen” van de schepper zelve kwam, die na lange tijd nog eens aan de aardbewoners kwam vragen of zijn creaties zich nog naar behoren gedroegen. In Limburg zag men dan weer TOM WOUTERS in de lucht geschreven staan, iedereen dacht aan de voetballer die dat weekend drie goals had gescoord tegen F.C. Kelmis.
2) Guerrillamarketing
Wie weinig geld heeft, doet best aan guerillamarketing, zo las ik in een marketingboek. Buiten de boekhandel denken. Een boek met het woord vis in de titel in een viswinkel achterlaten leek me dan ook een goed idee. Ik vroeg verschillende vishandelaren of ik mijn boek bij hen mocht komen aanbieden. Ik ving bot bij de meesten. Vishandelaren snappen duidelijk niets van guerillamarketing en al helemaal niet van literatuur. Eén vishandelaar zei me dat hij wel boeken las, maar niet over vissen. Werk en vrije tijd hield hij liever gescheiden van elkaar. Als ik nu over vogels geschreven had, dan
misschien.
3) Beroemdheid uitspelen
“Ik heb gehoord dat dit een erg goed boek is. Van horen zeggen ja. Dat ik wel erg lijk op de man op de cover? Ja, dat hoor ik wel vaker. Ja. Mijn naam? Tom? Zoals de schrijver? Ja, maar er zijn veel mensen die Tom heten. En ook Wouters komt best vaak voor. Nee nee, ik heb dit niet geschreven. Ik zou wel gek zijn, mij hier zo wat staan aan te stellen om mijn eigen boek te promoten. Ik geef u gewoon een tip, van boekenliefhebber tot boekenliefhebber. Ik zou dit zeker kopen. Nee? Misschien later? Ah, u hebt iets tegen kortverhalen. Dat mag zeker. Ik heb iets tegen mensen die iets tegen kortverhalen hebben. Dat mag ook he. Nee, u bedankt. Neenee, ik zal zelf de winkel wel verlaten, u hoeft niet zo brutaal te zijn.”
4) Persoonlijk mensen aanspreken in de boekhandel
Tegen het moment dat ik beroemd was, een lang en pijnlijk proces dat mij had vervreemd van mijn familie en mijn geliefden, dat mij had geleid langs talkshows en tv-quizzen, was ik het alweer beu. Ik zette daarom mijn eigen dood in scène en begon onder mijn huidige naam opnieuw. Elk jaar herdenken ze mij nog in een special op televisie, ik schiet er zelf altijd vol van. Het is wel jammer dat ik pas begon te schrijven toen ik al lang dood was.
5) De klassieker in wording
Ik leek wel een superheld zonder krachten. Ik stond op de markt en probeerde de andere marktkramers te overstemmen. Een oude man kwam naar me toe. Hij had me iets horen roepen over vissen. Zijn vrouw had hem zijn hele leven gedwongen om vis te eten, maar nu ze dood was, zou hij zich nooit meer laten vangen. Ik condoleerde hem tegen zijn zin. Een al even oude vrouw die zwaar beladen was vroeg me wat voor vissen ik dan precies verkocht. Zij genoot het meest van vissen zonder graten. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat het om een boek ging, met bladzijden, maar ze begreep het niet. Ik probeerde nog met een grapje: mijn vissen bestaan uit letters. Dat lustte ze niet. Van alle eetbare dingen met letters kon ze alleen soep waarderen. De markt kraamde op. Ik had tegen niemand kunnen zeggen dat ze bij de aankoop van twee boeken een half boek extra kregen.
6) Sandwichman
Journalisten konden mij bellen, maar ik belde hen eerst. Ik vroeg hen wie ze waren, voor welk medium ze schreven, welke boeken ze het laatst hadden gelezen en goed bevonden, of ze ooit zelf een boek geschreven hadden, hoeveel ballen ze doorgaans aan boeken gaven, welke schrijvers wel eens bij hen thuis over de vloer kwamen en welke ze naar het leven stonden, enzovoort. Op het einde van ons gesprek bedankte ik hen voor hun antwoord en vervolgens wachtte ik tevergeefs tot ze mij terug zouden bellen.
7) Persoonlijk contact met journalisten
Een koor van bibliothecarissen zou alle grote steden met rivieren in België en Nederland aandoen en al muzikaal mijn boek in de markt zetten. Het was een win-winsituatie, omdat we zo ook meteen de teloorgang van het bibliotheekwezen aan de kaak konden stellen. Het leek ons een sympathieke actie, niemand is tegen boeken en bibliotheken. Dat hadden we onderschat. Zodra de bibliothecarissen begonnen te zingen, maanden omstaanders hen wraakzuchtig aan tot stilte
8) Muziek verkoopt
Ik reisde 50 jaar in de toekomst en duwde daar een literatuurprofessor die om een carrière verlegen zat mijn boek in handen. Het was lang geleden dat hij nog op papier had gelezen. Ik zag hem van op een afstand bladeren. Nog even en hij zou naar een bevriend uitgever bellen om te zeggen dat hij een verloren gegane klassieker had gevonden die rechtenvrij heruitgebracht kon worden, en of hij het nawoord mocht schrijven. In de plaats daarvan wandelde hij naar buiten, naar de dichtstbijzijnde tijdreishalte en reisde hij terug naar 2025, waar hij het boek onder zijn eigen naam probeerde uit te brengen, iets wat ik maar nipt kon verhinderen, omdat ik niets van tijdsparadoxen snap.
9) Hoe minder, hoe beter
Het is een economische wet waarvan ik de naam niet ken, maar die bij iedereen algemeen bekend is: hoe minder aanbod er is, hoe meer vraag. Ik kocht dus al mijn boeken zelf op, zette ze bij mij thuis in de kelder en wachtte tot mijn naam in de beststellerlijsten zou verschijnen. Intussen spaarde ik alvast om ook de tweede en derde druk te kunnen betalen.
10) Mond-tot-mondreclame
Ik fluisterde in de trein mijn naam en de titel van mijn boek, net luid genoeg zodat de vrouw die voor me zat het horen kon. Zij was ontvankelijk voor dit soort subliminale boodschappen. Zij vertelde erover aan haar vrienden, die het op hun beurt vertelden aan hun vrienden, die het op hun beurt vertelden aan hun vrienden. In een mum van tijd wachtte het hele land, nee het hele Nederlandse taalgebied, op het boek ‘Ik geloof in de tijd van missen’ van ene Toon Wouthuys.
11) Sociale media
Ik hanteerde de tactiek die drugsdealers ook hanteren. Lang voor mijn boek er zou zijn, liefst 5 jaar lang, deelde ik verhalen gratis op Facebook, tot ik iedereen warm had gemaakt voor mijn boek. Ik bouwde een schare fans op, zij vertelden tegen anderen over mijn verhaaltjes. Maar toen ze de prijs zagen van het boek, schrokken ze ervan hoe duur boeken tegenwoordig waren. Voor dat geld konden ze even goed mijn Facebook-wall zelf afdrukken en het geheel bundelen. Van mijn boek ontstonden honderden versies, geen ervan was dezelfde.