Oom koe

Mijn moeder had al enkele verhalen uit mijn boek gelezen. Waar haalde ik toch al die ideeën vandaan? Nog voor ik kon antwoorden, zei ze dat ze vooral die verhalen over al die ooms en tantes leuk vond. En dat het verhaaltje over tante Kwal haar aan een oom van haar had doen denken, een oom die stierf op de dag dat de mens voor het eerst voet op de maan zette, alsof dat voor hem de druppel was. Oom Koe, zo noemde iedereen hem, zelfs de mensen van wie hij geen oom was. Dat had hij te danken aan de drie loslopende koeien die hem overal volgden, ook al waren ze niet aangelijnd. Ze herinnerde zich vooral hoe hij de hele dag door hetzelfde deuntje floot, een deuntje waarmee hij de koeien kon doen stoppen en weer in beweging zetten, zoals slangenbezweerders dat met slangen doen. 

Op dat punt in het verhaal sloot mijn moeder even haar ogen en ze begon na een korte stilte zacht te neuriën, probeerde de melodie weer uit haar geheugen naar boven te halen, maar ze heeft geen aanleg voor muziek. Nee, ik heb het zo vaak gehoord, en toch weet ik niet meer hoe het ging, moest ze uiteindelijk toegeven. Als ze het had kunnen tekenen, dan was het gelukt, want dat doet ze graag en veel, zo gretig als een kind. Maar het deuntje was, voor zover we weten, samen met oom Koe van deze aarde verdwenen. Het zou natuurlijk best kunnen dat het af en toe te horen is in een concertzaal, zonder dat de componist weet wat voor effect zijn melodie op koeien heeft. Zo zijn er volgens mij ook toverdrankjes die, als we ze ooit op de juiste plek morsen, de wereld in één klap zullen veranderen.

Ondanks zijn vrolijke roepnaam was oom Koe geen vrolijk man. Hij klaagde veel, vooral over de moderne wereld. Vroeger liep hij als een herder met zijn koeien langs onverharde wegen, er viel altijd wel wat te grazen, maar steeds meer werd er asfalt gegoten. En de autobestuurders, die blij waren dat ze eindelijk ver weg van alles konden zijn, vonden het niet leuk als hij met zijn dieren langs de kant van de weg wandelde. Nooit in zijn leven had hij in een auto gezeten en nooit zou hij dat doen. Maar door die veranderende tijden waren de dieren hem eerder tot last. Hij moest ze vaak na een hele dag wandelen nog bijvoeren in het kleine tuintje waar ze ’s nachts stonden te wachten tot ze weer op stap gingen. Geld voor een eigen weiland had hij niet. Toen ik aan mijn moeder vroeg waarom hij de koeien niet gewoon verkocht, kon ze daar niet op antwoorden. Hij was nu eenmaal oom Koe, was het enige wat ze daarop kon zeggen. Het was voor hem vast onmogelijk om te beseffen dat hij ook iets anders kon gaan doen met zijn leven.

Zo zijn er volgens mij ook toverdrankjes die, als we ze ooit op de juiste plek morsen, de wereld in één klap zullen veranderen.

Uiteindelijk vond hij wel een oplossing, zei mijn moeder. Tijdens een van zijn wandelingen merkte hij op een dag een nieuwe vijver op, met in het midden een stuk land dat boven het water uitstak. Hij wist niet dat deze vijver er een jaar of twee eerder gekomen was door graafwerken voor een snelweg een kilometer of twee verderop. Waarom dat middenste deel niet afgegraven was, was niet duidelijk, misschien moest er opeens geen zand meer zijn. Op dat kleine eilandje dat zo was ontstaan en waarop vreemd genoeg alleen maar gras groeide, leek dat gras niet alleen de koeien, maar ook mijn grootoom groener. Hij liep er verschillende dagen voorbij, vroeg toen aan iemand die in de buurt woonde of hij wist van wie die vijver was. Van niemand was het antwoord, en meteen werd hem afgeraden om er in te zwemmen, want onlangs was er nog iemand verdronken. Zwemmen kon hij niet, maar hij droomde er wel van om op het eiland te geraken. Het leek hem een plek waar de wereld niet meer verder kon groeien, het groeien van alles om hem heen was hij zo beu, en het was groot genoeg voor zijn koeien. 

En dus leende hij niet veel later van een vriend een sloepje, net groot genoeg om de koeien één voor één over te zetten naar het eiland, alsof het om een parabel ging. Wat er niet gebeurde, was dat de eerste twee koeien in het water vielen, waar dan een wijze les uit te trekken was die ertoe leidde dat de derde koe wel op haar bestemming geraakte. Nee, alle drie de koeien haalden de overkant. Terwijl mijn oom heel zachtjes zijn deuntje floot, zonder dat de achtergebleven koeien het horen konden, omdat ze anders hem achterna zouden zwemmen, bleef de koe in het bootje doodstil staan. Ze was zich er niet bewust van dat één bruuske beweging het bootje zou doen omkieperen. Heel groot was het eilandje niet, maar er viel flink te grazen. Mijn moeder zei dat oom koe sindsdien niet meer met zijn koeien ging wandelen. De dieren bleven op het eilandje staan. Elke dag trok hij naar de overkant en ging er een hele dag in het gras liggen. Intussen floot hij voor de koeien, die maar niet begrepen hoe het kon dat de wereld plots zo klein geworden was. 

Uiteindelijk vonden ze oom Koe’s lichaam daar op het eilandje, toen men hem al een paar dagen niet meer had gezien. De koeien waren verdwenen en voor zover ik weet heeft niemand ze ooit teruggevonden, zo vertelde mijn moeder me. Maar ik weet het natuurlijk niet zeker, aan een kind werd in die tijd niets verteld en ik durfde er ook niet naar vragen. En ze werd weer stil, ik zag hoe ze iets wegslikken moest. Wat is er, vroeg ik haar. Ze lachte, door tranen heen, en zei: het is raar hoe een mens soms plots droevig kan worden van het beeld van drie koeien langs de kant van de weg, en niemand die voor hen fluit.  

  • Berichtcategorie:Blog / Verhalen