Binnenkort in de boekhandel: “In mijn hoofd zwemmen vissen”

De afgelopen drie jaar werkte ik aan een boek, zonder dat ik dat zelf heel goed doorhad. Mensen die boeken schrijven, weten vaak op voorhand al waar ze het over willen hebben, welke thema’s ze willen onderzoeken. Ze schrijven plotlijnen op post-it’s en verbinden die met elkaar in de hoop zo het grotere geheel te zien, ze doen aan research omdat ze zeker willen dat alles klopt, ze hebben nog voor ze beginnen schrijven een eindzin in hun hoofd, … 

Bij mij ging het anders: ik schreef elke dag zonder daar al te veel over na te denken een verhaal, soms zelfs twee of drie, als ik geïnspireerd was. Vaak ging dat snel, al tolden sommige ideeën al jaren in mijn hoofd rond. Een dagelijks verhaal was het enige streven dat ik had. Af en toe putte ik mezelf uit door dit voornemen. Dan moest ik mezelf verplichten om een keertje niets te schrijven, al bleek het vaak sterker dan mezelf.

Ik deelde veel van deze verhalen op Facebook, vaak in een eerste versie, vol fouten. Dan kreeg ik soms een berichtje van Facebook-contacten om te zeggen dat het “telkens als” moest zijn in plaats van “telkens”, of dat ze een bepaald beeld niet snapten. Ik vond die interactie fijn. Het ene verhaal kreeg al meer duimpjes dan het andere, en soms werden verhalen gedeeld. 

Een deel publiceerde ik hier op mijn blog, vaak als ze te lang waren voor op Facebook, ook al zeiden sommige fans dat mijn korte stukjes beter waren. Erg persoonlijke verhalen deden mensen soms lachen, terwijl grappig bedoelde verhalen voor ontroering zorgden. 

Ik vroeg me af of ook de echte literaire wereld er iets in zag en stuurde soms iets in naar literaire tijdschriften. Een keer stond ik in Deus Ex Machina, daar bleef het bij. Mijn naam werd een keer genoemd in de krant, en toen ik daarna een artikelvoorstel naar de krant stuurde, vonden ze het meer iets voor een literair tijdschrift. 

Ik deed gewoon verder.  

Plots lagen daar dus honderden verhalen: bij herlezing bleken sommigen onleesbare kitsch, anderen bleven wel overeind. Ik gooide ze samen in een document en schreef er manuscript op. Zo ging dat naar een bevriende uitgever, die mij meteen wou spreken. Tijdens een lunch zei hij me dat hij hier graag een boek van wou maken. 

Dat bleek nog een hele klus: van al die verhalen een geheel maken, was als een puzzel leggen zonder voorbeeld. Ik zocht naar dwarsverbanden en rode draden, ik plakte verhalen aan elkaar en moest ze daarna weer uit elkaar pulken. Ik deed verwoede pogingen, maar mislukte verschillende keren na elkaar. Ik kreeg iets dat leek op een burn-out. Het leek niet te gaan lukken, tot mijn uitgever zei: “anders nemen we gewoon de beste verhalen?”

Na die lunch ging ik naar huis en viel het boek op één avond in een definitieve plooi. Ik was streng voor mezelf: verhalen die nog niet helemaal klaar waren, legde ik opzij, ze zouden ooit nog wel van pas kunnen komen, maar nu niet.  

‘In mijn hoofd zwemmen vissen’ zal in mei 2026 verschijnen bij Uitgeverij Tzara en ik ben er ontzettend trots op.  De verhalen die in het boek zullen verschijnen, werden door letterzetters, psychologen, grasduiners, optometristen en mezelf meermaals uitgeplozen, tot er geen punt of komma meer fout stond. Het boek voelt voor mij aan als een debuut, wat het in zekere zin ook is. Het is mijn debuut als fictie-auteur voor volwassenen. 

Ik zit me te verstoppen in de verhalen in dit boek, en zoals bij elk spelletje verstoppertje hoop je gevonden en gezien te worden. Voor iemand die grote delen van zijn tijd in zijn verbeelding opgesloten zit, is het idee om te mogen bestaan erg aanlokkelijk. Ik hoop dat mensen dit boek met veel plezier en liefde zullen lezen. 

In de aanbiedingsfolder kan je prachtige aanbevelingen vinden van de geweldige Rob van Essen en van mijn superfan Philippe Clerick. Ik weet niet of zoiets werkt, maar ik ben er zelf heel gelukkig mee. 

“Hoe langer je in het proza van Tom Wouters ronddwaalt, hoe vreemder Wouters’ wereld je zal voorkomen. En als je na uren, dagen, maanden, jaren opkijkt uit het boek, is het je eigen universum dat vreemd is geworden. Al die tijd heeft Wouters je dagelijkse omgeving omschreven, en je had geen idee. Het proza van Wouters transformeert je naar de werkelijkheid. Is er een groter compliment voor een schrijver denkbaar? Vast wel. Dat reserveren we dan voor zijn volgende bundel.” – Rob van Essen

 “De Franz Kafka van Grobbendonk. De tijd dat ik tot een select clubje bewonderaars behoor, is binnenkort voorbij. Maar niet getreurd: leve Tom Wouters.” – Philippe Clerick