Register van geschrapte personages
Het is onvermijdelijk dat er personages sneuvelen als een manuscript van 500 pagina’s wordt ingekort naar 150 pagina’s. Ook bij mij is dat helaas het geval. Dan denk ik aan die acteurs die pas tijdens de première van een film ontdekken dat hun rol gesneuveld is op de montagevloer. Om dat te voorkomen, zal ik achteraan in mijn boek een register opnemen van alle personages die geschrapt zijn. Hoewel ik de volgende dagen nog druk bezig zal zijn, wil ik toch alvast enkele namen delen:
Ivan Andrejevitsj Redkin
Aanvankelijk was ik blij dat er zich een Russisch personage aandiende, want die hebben de juiste verhouding tussen absurd en melancholisch. Hij beweerde dat het zijn eerste keer was, een personage zijn, maar ik had meteen door dat dat niet klopte toen ik hem opvoerde. Zo nam hij uit eigen beweging een sprot mee, iets wat een nieuw personage nooit zou doen. Bij nader onderzoek ontdekte ik dat hij eerder al had meegespeeld in de kortverhalen van Daniil Charms. Hij had talent, maar het vertrouwen was weg.
Italo Calvino.
Deze Italiaanse schrijver vertikte het ook om mij in zijn boeken te laten figureren. Dat hij 40 jaar geleden stierf, is een flauw excuus. Ook in die tijd was mijn naam in telefoongidsen te vinden. Verder beantwoord ik makkelijk aan het prototype van de naar erkenning smachtende schrijver. Zo moeilijk was het dus niet om mij te bedenken.
Mijn buurman Guillaume
Hij blijft hardnekkig rolletjes opeisen, die ik in elke verbeterronde overal weer schrap omdat hij zich niet aan het verhaal houdt. In sommige verhalen is hij zo van het paadje afgegaan dat ze haast niet meer te herkennen zijn als van mijn hand. Had ik niet goed opgelet, dan was er in mijn boek een verhaal verschenen over een jongen die zo goed kan voetballen dat hij op zijn tiende wereldkampioen wordt. Alsof ik voetbalverhalen of verhalen met een happy end zou schrijven.
Een gekke Duitse professor met de naam Dr. Habenschwanz.
Enerzijds omdat zo’n gekke Duitse dokter toch iets te cliché is, al helemaal met zo’n naam, anderzijds omdat ik niet genoeg ken van wetenschappelijke proefjes om ze te doen lukken. Voor je het weet ontploft zo’n verhaal in je gezicht.
Oom Archibald.
Op zich had ik ‘m graag opgevoerd, maar toen ik het hem vroeg, had hij net beslist om te emigreren naar Nicaragua om daar te handelen in cavia’s. Ik mocht daar gerust over schrijven van hem, maar ik ken niets van cavia’s, en al zeker niet van de handel erin. Zijn ze om op te eten, worden ze gekweekt om hun vacht? Zijn het geluksbrengers? Ik heb mijn oom meermaals proberen te bereiken, maar antwoord blijft uit. Hij is te druk bezig met zakenman zijn.
"Volgens een bevriende geograaf bestaat Astralazië niet."
De keizer van Astralazië.
Volgens een bevriende geograaf bestaat dat land immers niet, zelfs niet in atlassen uit andere continenten. Die had hij allemaal nagekeken. In principe houdt dat me niet tegen, maar zo’n boek moet het nu ook weer niet worden. Het nadeel is dat de bevriende geograaf daardoor ook sneuvelt, want verder heb ik hem niet nodig.
De hond van de buren.
Als ik over ‘m schrijf, is dat meestal om hem dood te maken. Hij haalt me met zijn geblaf overdag uit mijn concentratie en ’s nachts houdt hij me wakker. Ik slaap al zo slecht. Schrijven draait om eerlijkheid, maar met dierenmishandeling scoor je nergens tegenwoordig. Ik zou ook zijn baasje kunnen vermoorden, maar voor je het weet ben je tegen je zin een thriller aan het schrijven.
Een oude vriendin.
Ze vraagt me al jaren wanneer mijn boek nu af is en of ze er ook in voorkomt. Ze wil graag weten wat ik over haar denk en ik heb best veel dat ik over haar kan vertellen, maar ik denk niet dat ze het graag zou lezen. Om de vriendschap te bewaren, schrijf ik het dus maar niet.
De laatste struikrover te velde.
Ik had het plan opgevat om in een verhaal door hem te worden overvallen, maar uiteindelijk durfde ik toch niet. Ik kende hem niet goed genoeg, en voor je het weet, hanteert hij die typische Middeleeuwse ruwheid waar wij moderne mensen ons van kunnen afsluiten. Hij zit vast nog altijd op mij te wachten.
Het jij-personage
Je hebt toch al snel het gevoel dat je zo je lezers wegjaagt.
Tom Wouters.
Ik bedoel dan vooral die andere Tom Wouters, die ik niet ben. Ik heb hem gezegd dat zijn optreden voor te veel verwarring zou zorgen, zeker omdat hij zo sterk op mij lijkt. Als hij nu goed zou zijn in boekhouden, dan had het iets kunnen worden, maar nog een Tom Wouters die de hele tijd bang is, dat is te veel van het goede. Misschien in een volgend boek.
Mijn vrouw.
Zij wou uiteindelijk toch liever iemand van vlees en bloed blijven, in plaats van een vehikel van mijn verbeelding waarover ze zelf niets te zeggen had. Ze gaf me dus geen toestemming om haar te vermelden. Daardoor loop ik nu in het merendeel van het boek alleen rond en praat ik tegen mezelf.